zondag 13 mei 2012

Parc Monceau, Paris


Vandaag hebben we gewandeld op een koele maar o zo mooie voorjaarsdag. En ik weet dat je in het hier en nu moet leven, maar mijn gedachten gingen desondanks uit naar Parijs, naar het zeventiende arrondissement, waar ik zo graag kom. 
Parc Monceau, als ik er kom moet ik steeds weer denken aan Arthur Rubinstein die net om de hoek woonde, en er zijn wandelingetjes maakte. Een chique man uit een andere tijd die met zijn wandelstok hier onder het lover stapte.
Nu loopt er andere chique, want het is een dure wijk. 
De laatste keer gingen we eerst naar het paviljoen om thee te kopen. Voor ons stond een oudere man in een donkerblauw kostuum met een zwarte aktetas. Hij droeg geen overjas en kocht un café. Even later zaten we min of meer naast elkaar op één van die groene bankjes die er zo uitnodigend uitzien, maar niet echt lekker zitten. Maar goed, de zon scheen, de perken met bloemen bloeiden en tegenover ons zat een zielsgelukkig jong stelletje op een bankje in de schaduw. Niemand sprak, we waren allemaal uit ons hoekje Parijs gekropen om samen naar de voorbijgangers te kijken. Dames met kinderwagens, dames op hoge hakken, jonge heren in hun strakke pakken en joggende mannen met hun oordopjes in, alles passeerde elkaar over de brede grindpaden. Elegante hekjes omsloten de grasvelden die niet betreden mogen worden. 
Ik nipte van mijn thee en hield een gesprek met de duiven. Thee drinken in een park is onvergelijkbaar anders dan waar dan ook. Het is buiten en binnen tegelijk. Buiten, omdat ik zo zittend of langzaam wandelend deelneem aan het leven om me heen, en binnen, omdat ik toch altijd het gevoel houd dat ik op mijn eigen eilandje ongestoord thee drink. 
Hij smaakte me niet, te donker en te bars. Mijn gedachten gingen uit naar Le Palais des Thés, waar we zonet geweest waren. Traditioneel werden we begroet met een ‘Bonjour messieurs, puis-je vous offrir une tasse de thé?’ 
‘Volontiers!’ en ik hield mijn neus boven het ons aangeboden kopje thee. Heerlijk, als altijd, en toen begon de zoektocht langs alle potjes thee die je kunt ruiken en hun intrigerende beschrijvingen. We kozen dit keer de Thé des Amants. Mag ik even?
“Sensuel et voluptueux, ce trés beau mélange de thé vert, de pomme, d’amande et de cannelle est rehaussé d’une pointe de gigembre.”
Zucht… ‘t is gewoon zonde om te vertalen. Lees het maar aan elkaar voor terwijl je genietend proeft van deze gouden thee, en denk dan zoals ik, nog eens in stilte terug aan Parijs.
Aan de Saint-Eustache bijvoorbeeld, die grote oude kerk die bij Les Halles staat. Zo als altijd wil ik door de achteringang naar binnen. Probeer dat volgende keer maar eens. Loop om de kerk heen en vindt dat kleine doodlopende steegje met die voorover leunende huizen. Aan het einde kun je over de uitgesleten traptreden naar binnen, het duister in. Ineens sta je dan binnen, meet je met je blik de wijkende ruimte, de zuilen en zie je het dof glimmende goud in de schemering. Het is er stil zoals het altijd stil is in die grote ruimtes. Geluiden van buiten dringen wel naar binnen, maar lijken op te lossen in die ijle omsloten ruimte. Geluiden van binnen drijven op hun galm door de uitgebreidheid van zo een godshuis, ze strijken langs het koele steen, langs het fel gekleurde glas, over het donkerbruine hout, over glanzende stenen vloeren en versterven in het duister. 
Ik ging er zitten en luisterde naar de mis die in de verte gehouden werd. Eén krachtige stem die zong, een paar andere die er aarzelend tegenaan plakten. Een zilveren klokje klonk. 
Stilte.
Ik dacht aan de fototentoonstelling over de Hallen van Robert Doisneau die ik gemist had. Mijn blik bleef hangen op een rooster in de grond. Mijn schoenen raakten het sierlijk gesmede ijzer en ik overdacht het veranderlijke en het onveranderlijke. Zoals ik thuis in mijn kamer kan mijmeren terwijl de schemering bezit neemt van alle vertrouwde dingen om me heen. 
En heel langzaam ging ik in mijn omgeving op.

De afbraak van de oude Hallen met op de achtergrond de Saint-Eustache.
Niet eens zo lang geleden...
Parc Monceau, vorige week...

woensdag 9 mei 2012

Place Saint-Pierre, Paris


Het is al weer langer dan een week geleden dat ik hier iets plaatste, 't komt omdat ik in Parijs was ;-)
Onderaan de lange trap die naar de Sacré-Cœur leidt, staat een draaimolen op een pleintje. Volgens mij worden deze draaimolens die je zo her en der in de stad kunt vinden, door de lokale overheid financieel ondersteund. Ze zijn niet winstgevend.
Ik ging op een bankje zitten met een crêpe au sucre die ik op de hoek gekocht had. Hij was heet, zelfs door het velletje keukenpapier dat er als servet omheen gevouwen was. 
Ik keek rond. Er liep een aantal zeer donkere jongens rond met gekleurde bandjes die ze probeerden te verkopen. Eéntje kwam naar het groepje Zweedse meisjes toe die op het bankje naast mij zat. 
‘Bonjour’ riep hij zijn witte tanden bloot lachend. ‘I like you!’
Er ging een gegil en gegiechel op door het groepje veertienjarigen. Een witblond meisje begon te blozen en keek hem uitdagend aan. Hij pakte haar hand terwijl hij op zijn knieën ging zitten en probeerde er een bandje omheen te knopen. Maar hij maakte geen kans in het gegil en geduw dat door het groepje ging. Hij stond weer op en riep op plagerige toon iets wat voor boe moest doorgaan en lokte daarmee nog meer kabaal uit. Lacherig liep hij weer naar zijn vrienden toe terwijl de vriendinnen in de vijfde versnelling door praatten en lachten.
Naast me stond de draaimolen nog steeds stil. In het hokje ernaast zat een dame te wachten op vrolijke kinderen en hun goedmoedige ouders. Maar ze had te lang gewacht. Ze keek met een nietsziende blik voor zich uit terwijl ze haar hoofd steunde in haar handen. Zelden heb ik zo’n naargeestig beeld gezien in dit vrolijk stukje Parijs. 
Opeens kwam er beweging in de mensenmassa die zich naar boven uitstrekte. Een aantal zwarte broeders met plastic tasjes in hun handen kwam naar beneden gestormd. Ze sprongen over hekjes heen en duwden in hun haast mensen opzij die verbaasd om zich heen keken. Bovenaan verschenen een aantal stoere agenten die de achtervolging inzetten. Niet dat ze heel veel haast maakten, maar ze straalden wel zekerheid en overwicht uit. 
Er wordt op deze trappen geen illegale alcohol verkocht, en dat is dat! Les policiers  hadden hun punt gemaakt en liepen weer terug naar hun auto. Waarschijnlijk herhaalde dit schouwspel zich enige malen per dag en werd het ernstig ingezet, waarna het lachend en ontspannen werd afgebouwd.
Intussen was er een klein jongetje gaan zitten op een houten paard van de draaimolen die zich in beweging had gezet. Hij keek met grote ogen naar de kleurige banken, paarden en gestoffeerde koetsjes om hem heen. Zijn moeder leek hij niet te zien, de Franse accordeonmuziek hoorde hij niet. Hij beleefde voor het eerst de sensatie van een draaimolen en was overdonderd. 
De dame had nu haar telefoon gepakt die haar nu tenminste een air gaf bezig te zijn.
Opeens fladderde een musje op me af en hapte stukjes uit mijn crêpe die ik tussen mijn knieën hield. Hij had niet de superieure beheersing van een kolibrie maar bleef toch lang genoeg voor mijn crêpe in de lucht om daar hap na hap uit te pikken. Het leek wel of hij stikte van het lachen, maar hij zag er ook een beetje brutaal uit.
Kst! Ik keek verrast en ongelovig op. Zat ik op mijn gemak de boel hier zo gade te slaan, en werd ik ineens meegezogen in de commotie van het Place Saint-Pierre!
Naast me zat iemand mij vriendelijk lachend aan te kijken. 

maandag 23 april 2012

Perkedel kentang


Een koele en grijze dag in april. Een enkele meeuw drijft doelloos op de wind voorbij. Het jonge groen op de bomen slaagt er niet in een gevoel van voorjaar op te roepen. Binnen klinkt een adagio van Mozart uit één van zijn pianosonates. Vreemd genoeg lijkt dat naadloos aan te sluiten bij de gedempte atmosfeer buiten.
Ik bekijk de foto’s die ik gemaakt heb van mijn Indische koekjes. Ik krijg er trek van. Maar al keer ik de diepvries binnenste buiten, ze zijn op. Ik zal nieuwe moeten maken. Ik zal straks boodschappen gaan doen en aan de slag gaan. Ze zijn heerlijk, zo als snack tussendoor, maar ook bij een bordje rijst met wat gerechtjes. 
De perkedel op de foto waren vegetarisch. Het rundergehakt had ik vervangen door het vegetarische gerulde gehaktproduct. Smaakte prima, je moet als je dat ook wilt alleen wel oppassen dat je niet teveel mengt waardoor de structuur die zo belangrijk is, verloren gaat. 
Uit het boek Lonny’s rijsttafel, van Lonny Gerungan komt het volgende recept:
  • 250 g aardappelen
  • 5 sjalotjes
  • 1 bosuitje
  • 1 bosje selderij
  • 2 eieren
  • plantaardige olie
  • 250 g rundergehakt
  • 1 tl versgemalen witte peper
  • ¼ tl nootmuskaat
  • Zout
Kook de aardappelen in een pan met ruim water gaar. Pel en pureer ze. Pel de sjalotjes en snijd ze in dunne plakjes. Snijd het bosuitje en de selderijblaadjes fijn. Splits de eieren in dooiers en witten en klop ze afzonderlijk los. Verhit circa 2 eetlepels olie in een koekenpan en fruit de sjalotjes ongeveer 3 minuten hierin. Schep ze uit de pan en laat ze uitlekken. Vermeng de aardappelpuree met alle ingrediënten op het eiwit en de resterende olie na. Vorm van dit mengsel platte ovale koekjes van circa 7x5 cm en leg ze ongeveer 1 uur in de koelkast. Doe nog wat extra olie in de koekenpan en verhit hem. Haal de koekjes door het geklopte eiwit en frituur ze goudbruin.



maandag 16 april 2012

Druiven in een karameljasje


Er zijn zo van die recepten die mij verleiden met hun intrigerende lijst van ingrediënten. Andere trekken me aan doordat hun bereidingswijze zo bijzonder is. Soms zie ik een klassieker en wil ik me eraan wagen omdat ik vind dat ik mijn klassiekers moet kennen. 
Dit recept trok me aan door zijn presentatie. Ik kan niet eens precies zeggen wat me nou zo boeit in het zien van een druif in karamel, maar het ademt iets verleidelijks uit, iets sensueel geheimzinnigs. Alsof ik een bijzonder kleinood uit lang vervlogen tijden in mijn mond mag stoppen. Net alsof ik stil in een appartement aan de chique Rue Faubourg Saint Honoré zit. Mijn ogen volgen de lijnen van het stucwerk aan het plafond, de curves van de crapauds. Door het raam komt het geluid van paardenhoeven en rijtuigen naar binnen, regelmatig doorbroken door het zinloze geklap van de zweep. Binnen slaat de pendule vier keer en kraakt het hout van de vloer boven ons. Ik ruik de zware parfum van de oude dame naast me. Ze is in kostbaar zwart zijde gekleed en draagt een zwart kanten mutsje. Ze is klein, zoals alle Franse dames van stand lijken te zijn. Als ze haar arm uitsteekt om een gekaramelliseerde druif te pakken ruist haar japon. Ik zie hoe ze hem in haar vrijwel tandeloze mond stopt. Ze knikt naar me, dat ik er ook één pak. Ik sta zwijgend op en pak er één tussen duim en wijsvinger. Ik kijk naar de goudgele karamel waar het dofgroen van de druif doorheen schemert. Een delicate lekkernij. Ik sluit mijn ogen en breng hem naar mijn mond.
Iets in die trant, daar moet je aan denken. 
Neem:
  • 200 gram kristalsuiker
  • 1 dl water
  • Paar druppels citroensap
  • Een tros grote witte druiven

Doe de suiker, citroensap en het water in een steelpan. Verhit alles op laag vuur tot de temperatuur 150 graden is. Laat hem even rusten totdat hij een karamelkleur krijgt. Verhit hem op hoog vuur zonder te roeren zodat de karamel kan gaan kristalliseren.
Neem een pincet en dompel daarmee een druif aan zijn steeltje in de karamel. Leg hem direct op een siliconenmat om uit te harden. 
Wacht niet te lang met consumeren, ik heb geen idee hoelang de druiven goed blijven. 

woensdag 11 april 2012

En zo gebeurde het,


op een gewone dag na Pasen dat er ineens weer een berichtje op Tijm & Suikerbiet verscheen. Wat is me dat een tijd geleden. 
Ineens ging het vriezen, en gingen de Suikerbietjes met hun wollen mutsjes op, schaatsen. Baantjes trekken, tochten maken, maar koken? Ho maar! 
En het werd vakantie. Soms is dat een tijd, als ik thuis blijf, om te koken en nieuwe dingen uit te proberen. Maar nee, de Suikerbietjes trokken over de grens en aten daar alles wat los en vast zat, maar zelf koken? Ho maar!
Ik kreeg het druk, verloor me daarnaast in andere interessante zaken, en zelf koken? Jawel, maar het waren recepten uit de oude doos. Niet geschikt om opnieuw te publiceren op T&S. Dat is wel leuk trouwens, te bedenken wat ook al weer zo lekker was en dat weer eens te maken. Ik kook niet zo veel, en als ik dan iets maak, is het vaak iets nieuws voor T&S. Zo kom je dan wel vooruit in het leven, maar verlies je stilletjes aan de gerechten uit het oog waar je heimelijk verliefd op geworden was. 
Na verloop van tijd kwamen de vragen, de aanmoedigingen, de e-mailtjes. Wat een heerlijk warm gevoel geeft dat, als ik daaraan terug denk, dat al die bekende en onbekende mensen blijken van meeleven gaven. 
En nu ben ik er weer! Terug van weggeweest, met het voornemen om weer regelmatig te publiceren. Zij het dat ik niet meer om de dag iets nieuws breng zoals voorheen, maar hopelijk wel één a twee keer per week. 
Ik heb er zin in, en hoop dat jij weer wat inspiratie op kan doen als je weer komt buurten.
Hartelijke groeten,
Theo
Related Posts with Thumbnails