maandag 25 mei 2009

Het Ahr-wijngebied

Het is maar vijf kwartier rijden van Venlo naar Bad Neuenahr-Ahrweiler. Een typisch Duits stadje met vakwerkhuizen, een beekje met forellen en veel Konditoreien, Eiscafés en Weinstuben. Hier begint het Ahrdal en stroomt het riviertje de Ahr door groene bergen die voor een groot deel beplant zijn met wijnranken. Het is een ideaal wandelgebied. We hebben de Rotweinwanderstraße voor een deel gewandeld en konden met een boemeltreintje weer terug. Onderweg kom je veel vriendelijke dorpjes tegen die allemaal iets lekkers te eten én te drinken aanbieden.



Het Ahrgebied is één van de dertien Duitse wijngebieden en ligt tussen de 50ste en 51ste breedtegraad. Hier ligt ongeveer 500 ha. wijngebied dat beschut wordt door de hoge Eifel. De zuidwaarts gerichte wijnhellingen vangen veel zon, worden voor al te koude winden behoed en krijgen verhoudingsgewijs weinig neerslag. In de zomer warmt het smalle dal zich snel op waarbij de rotsen en de steenachtige bodem de warmte opslaan en weer langzaam afgeven. Op deze wijze ontstaat er een bijna Zuid-Europees klimaat. Nu wordt dus duidelijk waarom hier rond de 50ste breedtegraad nog wijn kan worden verbouwd.
Traditioneel is de Ahr een gebied waar rode wijn wordt gemaakt. De klassieke druivensoorten als de Spätburgunder (pinot noir), de Früburgunder en de Blaue Portugieser komen er veel voor, maar ook de nieuwere soorten als de Domina, Dornfleder en de Dunkelfelder.
Slechts op 10 % van de oppervlakte worden witte druiven geteelt waarbij de Riesling het grootste aandeel heeft, gevolgd door Müller-Thurgau en de Kerner.



















Op onze wandeling door de wijnbergen kwamen we het plaatsje Mayschoß tegen. Hier wilde ik graag Duitslands oudste wijncoöperatie bezoeken: Winzergenossenschaft Mayschoß-Altenahr. We vielen met onze neus in de boter want we konden zonder omhaal met de rondleiding door de kelders mee. Imposant zijn de grote eikenhouten vaten waar de wijn in rijpt. Hier wordt de wijn in regionaal eikenhout opgevoed en niet zo als ook wel gebeurt, in een roestvrijstalen tank met wat houtsnippers. Ook de schatkamer maakte diepe indruk. Achter een siersmeedijzeren hekwerk werden de kostbaarste flessen van het huis bewaard. Er waren flessen uit 1952 bij. Door het stof, de schaarse verlichting en het ijzeren hek dat met grove nagels in de koele stenen was verankerd kreeg ik de associatie met een koningsgraf in Egypte.

Eenmaal boven gekomen is er ruimte om te keuren en te kopen.
Hier zien we de heer T. Suikerbiet in een uitstekende stemming bij het proeven van de wijn.

Wat er onder andere mee naar huis ging was een Ahr-Früburgunder, 2007, 14% en een Mayschosser Laacherberg, Riesling Auslese, 2006, 8,5%.
Omdat ik graag iets speciaals mee naar huis wilde nemen adviseerde men mij deze Früburgunder. Aangeprezen als een bijzonderheid onder de rode wijnen kwam deze droge donkerrode wijn op tafel. Wat mij opviel waren de zachte tannines en de heerlijke fruitaroma’s, een bijna fluweelachtig gevoel in de mond.
De Riesling is een dessertwijn waar als eerste een abrikozengeur in de neus opvalt en die een mooie balans heeft tussen het zoet en het zuur. Na het proeven behield ik een fris gevoel in de mond.
Op mijn vraag waarom ik toch zo weinig van de door mij naarstig geleerde kwaliteitsaanduidingen op het etiket terugvond, antwoordde men mij dat dat niet meer van deze tijd was. Alleen oudere mensen kwamen nog wel eens vragen naar een Trockenbeerenauslese of een Spätlese.
Ik moet nog vijftig worden…

vrijdag 8 mei 2009

Tot mijn onuitsprekelijk geluk…

Ik weet het, ik zou het over Sylvaner en Bachus gaan hebben, maar met het weekeinde in het verschiet wil ik je dit goddelijks niet onthouden.
Tot mijn onuitsprekelijk geluk heb ik gegeten en gedronken:
Een Elzas Gewürztraminer , Délice d’automne, Alfred Meyer, Katzenthal, 2007, 13,5%, met een munsterkaas met en zonder komijn- of karwijzaad. Het is een klassieker maar ó zo lekker. Een streekproduct met een streekwijn is misschien niet altijd een voltreffer, maar in dit geval wordt 1+1 3! Misschien ken je het kaasje wel. Het stinkt een beetje en heeft niet eens zo’n hoog smaakgehalte. Ik dronk het met de Gewürztraminer, een stuivende wijn die behoorlijk filmend in de mond werkt, die een hoog smaakgehalte heeft met rijpe tonen. Tropisch fruit uit de Elsas! Het wordt extra spannend als je een stukje kaas in de kruiden doopt.
Ik heb er ook nog een hapje van zalm met soja en gember bij gegeten. Dat kan de wijn prima aan, een heerlijke combinatie. Tot zover voor de zaterdag.

Voor de zondag stel ik het volgende voor:
Koop een Sauternes, bijvoorbeeld: AC Sauternes, Château le Mayne, 2005 (90% sémillon, 10% sauvignon blanc) 13%, en een Sherry Pedro Ximenez, San Emilio, Lustau (100% PX) 17%. Ga aan tafel en eet zo snel mogelijk het hoofdgerecht op. Dan ga je er eens goed voor zitten. Proef de Roquefort met de Sauternes. Ook een klassieker maar niet voor niets! Een terecht verdiende reputatie. Ik ben een Roquefortliefhebber en zou op deze wijze mijn vakantie kunnen doorbrengen. Ik noem maar iets. Met deze wijn die hoog scoort op zowel mondgevoel (filmend), smaakgehalte (hoog) en smaaktype (rijp) heb je een ideale combinatie. Hij heeft mooie zuren die maken dat je een fris gevoel in de mond behoudt. Je kunt iets van honing bespeuren door de edele rotting.

Je moet natuurlijk elke week chocola gegeten hebben en als je onverhoopt er nog niet toe gekomen bent kun je het zondag nog goed maken. Maak een heerlijke chocolademousse en eet die met de Sherry. Let op wat er dan gebeurt, iets hemels, iets onvergetelijks, verslavend, woorden schieten tekort… Gewoon zelf proberen en het ondergaan. Deze wijn is stevig. Krenten,rozijnen en dadels, zeer rijpe tonen dus. Een filmende wijn met een bijzonder hoog smaakgehalte. Iets voor de liefhebber. Ik vraag mij af of ik hem zonder chocola zou waarderen. Het kan ook een beetje teveel van het goede zijn. Je zou hem misschien wel log kunnen vinden. Ik dronk hem met een chocoladeroomtruffel die door de room de alcohol accentueerde. Niet iets waar ik veel waardering voor kan opbrengen. Als alternatief zou ik dan een Banyuls nemen. Ik proefde de AC Banyuls, Rimage Clos de Paulilles 2006 (grenache), 16%, en vond die veel eleganter, veel fruitiger.
Kortom, veel ingrediënten voor een feestelijk weekeinde. Bij nader inzien zou ik maandag misschien wel een halve snipperdag nemen.

woensdag 6 mei 2009

Mijn nieuwe Bocksbeutel passen niet goed...

Wie Bocksbeutel zegt zegt Frankische Wein. Zo is het toch? Althans, dat zegt men in Franken, Duitsland. En wat mij betreft hebben ze volkomen gelijk. We zijn er een paar dagen op vakantie geweest. In Frickenhausen, midden in het Fränkisches Weinland. Dat is een gebied dat zo rondom Würzburg ligt. De rivier de Main meandert er op ontspannen wijze doorheen. De streek is bezaaid met kleine pittoreske plaatsjes die allemaal een stadsmuur hebben met poortgebouwen en kromme straatjes. In Duitsland noemt men die streek ook wel de ‘Romantische Straße’.
Aangezien ik zowaar tijd heb kunnen vrijmaken om een wijncursus te volgen (ik wist niet dat je zolang over een bodempje wijn kon doen!), was het niet geheel toevallig dat wij hier terecht kwamen. Overal zie je berghellingen met druiven beplant. Zelfs midden in Würzburg staat de berg waarop de vesting is gebouwd vol met druivenranken. Wijn lééft hier in Franken.


Kortom, ingrediënten genoeg voor een heel aangenaam verblijf. In de volgende artikelen wil ik de wijn die ik uit deze streek meegenomen heb beschrijven. Samen met wat feitjes over de druivensoorten en de wijnbouw lijkt me dat leuk huiswerk doen voor mijn cursus. Bovendien zijn de herinneringen aan de mensen met wie ik gedronken heb, de streekgerechten die ik geproefd heb en ook de moderne vinotheken die ik bezocht heb, onlosmakelijk verbonden voor mij met deze wijnen.
Dan kan ik gelijk ook uit de doeken doen wat een bocksbeutel is.

zondag 29 maart 2009

La Niflette de Madame Figaro


We kregen gasten op de thee deze zondag. Ik wilde weer eens iets nieuws maken en greep de gelegenheid aan om de taart van madame Figaro te maken. Hij ziet er indrukwekkend uit en is niet zo moeilijk te maken. Het enige wat je wel in huis moet hebben is een taartring van 20 cm bij 3,5 cm.

Ik heb 8 plakjes bladerdeeg laten ontdooien, op elkaar gelegd en uitgerold tot een cirkel van 22 cm. Toen heb ik mijn ring zachtjes in het deeg gedrukt en de oppervlakte met wat melk bestreken. Ik heb hem 20 á 25 minuten in een oven van 220 graden gezet. Dat is nodig omdat het bladerdeeg flink dik is.
















In de tussentijd heb ik een halve liter melk met een vanillestokje aan de kook gebracht en laten trekken. Onderwijl heb ik twee eierdooiers met 100 gram suiker blank geslagen en er daarna nog 35 gram Maizena aan toegevoegd. Het mengsel moet dan nog even doorgeslagen worden waarna de warme melk in een dun straaltje, al kloppende, wordt toegevoegd. Breng het daarna nog even aan de kook zodat het dikker wordt. Laat afkoelen.


Dan komt het bladerdeeg uit de oven. Ik haalde met een mes heel voorzichtig de bovenste laag van het bladerdeeg uit het midden van de ring. Terwijl hij wat afkoelde heb ik tuttifrutti in kleine blokjes gesneden, over de bodem verdeeld, en een paar mooie stukken apart gehouden voor de garnering.













Toen de vla afgekoeld was heb ik twee eiwitten stijf geslagen en dat met 50 gram suiker vermengd zodat het eiwit mooi stevig en glanzend werd. Het eiwit heb ik snel door de vanillevla gemengd zodat het luchtig werd. Deze crème heb ik in de taartring gestort en mooi afgestreken met een paletmes.







Plaats dit geheel minstens een uur in de koeling, maar liefst langer, om op te stijven.
Voor de visite kwam heb ik heel voorzichtig de ring verwijderd en de bovenkant met een dun laagje suiker bestrooid. Dit heb ik met de gasbrander gekaramelliseerd.




Tot slot heb ik de achtergehouden tuttifrutti decoratief op de taart gelegd en hem op tafel gezet. Een plaatje. De smaak kun je je voorstellen; een zachte vanillecrème met stukjes stevig fruit en knapperig bladerdeeg.
Verrukkelijk!

maandag 23 maart 2009

Saté kambing

Toen ik zaterdagochtend om tien uur een islamitische slagerij in Rotterdam binnenstapte was ik begonnen een oude droom te verwezenlijken; zelf saté kambing te maken. Kambing betekent geit en geitenvlees is niet zo eenvoudig te koop in deze buurten. Er is op het eiland een geitenboerderij ‘de mekkerstee’ geheten, maar die verkoopt geen geitenvlees. Wel allerlei andere lekkere zaken waaronder kaas en plaatselijke specialiteiten. Er zijn in deze tijd ook heel veel jonge geitjes te zien. Het is een komisch en ontwapenend gezicht om dat jonge leven naast de stoïcijnse wijze geiten te zien dartelen. Welbeschouwd zou ook ik geen geitenvlees op de Mekkerstee gekocht hebben. Dat zou een onoverkomelijk beroep op mijn levensbeschouwelijke ethiek hebben gedaan.
Ver weg in Rotterdam waar vriendelijke Turken boven een meters lange vitrine vol rood vlees je helpen aan je stukje vlees is de Mekkerstee ver uit mijn gedachten. Tussen prachtige hele ossenstaarten en lambouten lag een grote berg geitenvlees. Ik vroeg aan een man van middelbare leeftijd met een donkere oogopslag of hij voor mij de kleinste geitenbout wilde pakken. Hij knikte glimlachend en keek mij instemmend aan, alsof we samen een geheim deelden.
‘Is deze goed, meneer?’ en hij voegde er nog iets zacht uitgesproken Turks aan toe. Terwijl ik automatisch knikte realiseerde ik me dat hij mij voor een landgenoot aanzag. Dat was me al een keer eerder gebeurd. Salum aleikum had iemand me bij binnenkomst achteloos gegroet in een Turks restaurantje. Daar kan ik nog wel mee overweg. De betekenis is mij bekend en met een even grote achteloosheid kaatste ik de groet weer terug. Maar wat had deze man mij gezegd? Dat onnavolgbare zinnetje leek mij in gedachten een humoristische melodie te hebben gehad. Zijn ogen vonkten even voordat hij zijn normale anonieme jovialiteit weer optrok. Ik betaalde mijn zes euro vijfentwintig met een even anonieme vriendelijkheid. Door deze façade heen wisten wij beiden dat we iets deelden. Hij besefte alleen niet dat zijn boodschap voor eeuwig geheim zou blijven. In raadselen stond ik even later weer buiten, met een prachtige geitenbout.


Thuis gekomen heb ik mijn mes gewet en de bout in kleine stukjes gesneden. Kleine stukjes, want in de Indonesische keuken zul je geen hompen vlees aan je satéstokje vinden. Misschien ooit uit armoede geboren, maar zeker zinvol. Het vlees krijgt daardoor een verhoudingsgewijs grotere oppervlakte en daardoor kun je met het marineren meer smaak aan het vlees geven.
Ik hield 825 gram vlees over. Dat is in een schaal gegaan samen met 1 grote theelepel ketoembar, 1 grote theelepel djahe en een halve grote theelepel djinten. 1 eetlepel tamarinde ging erbij, limoensap en zout. Tenslotte heb ik er flink wat ketjap over gegoten. Het ging een beetje uit de losse pols. Niet zoveel dat je een plasje onderin krijgt, want als je dat weggooit ben je ook je smaakstoffen kwijt, maar wel genoeg om het vlees ruim te bedekken. Dit heb ik een paar uur laten marineren.
De satéstokjes heb ik een poosje in het water gelegd (zodat ze niet zo makkelijk verbranden) en daar het vlees aan geregen. Dat heb ik bij gebrek aan een barbecue, 2 keer 5 minuten onder de grill gelegd waarbij ik na 5 minuten de stokjes gedraaid heb.
Hier hoort geen satésaus bij. Het sausje bestond uit ketjap op smaak gebracht met limoensap (niet te zuinig), flinterdun gesneden rode ui en zout.
Hoe het smaakte? Zalig, zeer mals vlees met een hoog smaakgehalte en een sausje dat daar prima mee uit de voeten kan. Het uitbenen is misschien even werk, het geitenvlees is misschien na een lange omweg te krijgen, maar het is zéér de moeite waard. Ik heb nog 4 porties in de diepvries. Als dat op is ga ik beslist weer naar Rotterdam. Ik zal de slager veelbetekenend aankijken en een grote geitenbout vragen.
Related Posts with Thumbnails