zondag 13 maart 2011

Eendenborst met uien in rode wijn en peren


Ik geef het toe, dit is een ingewikkelde, maar je krijgt er dan wel iets lekkers voor terug! 
De inspiratie voor dit recept komt, alweer, uit Smaken van de seizoenen, herfst en winter van Gary Rhodes. Gary heeft in dit boek hele eenden gebruikt, en ik alleen de borsten. Bovendien heb ik de bereiding van de peren wat aangepast. Natuurlijk heb ik ook hier weer wat demi-glacepoeder in verwerkt. Je zou misschien denken dat alles op deze manier hetzelfde gaat smaken maar dat is gelukkig niet zo. Het poeder, mits met mate gebruikt, versterkt en ondersteunt de andere smaken. Verrijkt zo je wilt de smaak.
Het is een heerlijk winters gerecht met mooie rijpe tonen, kruidigheid en fruitigheid. Met een goed glas wijn erbij kun je alle ellende van de wereld een moment vergeten, omdat je authentiek eet, vanuit de allerbeste traditie. Denk aan de zacht gestoofde uien die wat pikant zijn gemaakt met het piment en de rode wijn. Het zachte en smaakvolle vlees van de eend die geserveerd wordt in een volle fruitige saus, en de begeleiding van de gebakken peren die je smaakpapillen afwisselend prikkelen. 
Voor twee personen:
  • 1 of 2 eendenborsten
  • Peper en zout
  • Olie en boter
  • 1 fles rode wijn
  • 2 peren (ik had Doynenné du Comice)
  • Kneepje citroensap
  • 1 eetlepel demi-glacepoeder
  • Een handje gewelde pruimen
  • 400 ons uien
  • Olie en boter
  • 1 teentje knoflook
  • 5 geplette jeneverbessen
  • 1 eetlepel rode wijnazijn
  • Wat rietsuiker naar smaak
Bestrooi de borsten met peper en zout. Laat de olie met de boter in een pan heet worden en bak de borsten eerst met de velkant naar beneden, mooi bruin. Ik ben gewend om het vel kruislings in te snijden zodat het vet goed los kan komen. In dit recept werd dat niet voor geschreven. Ik heb het dan ook niet gedaan en het resultaat was prima. Oordeel dus zelf of je voor het bakken het vlees insnijdt. 
Als ze ongeveer tien minuten in de pan gelegen hebben zet je ze in een op 200 graden voor verwarmde oven. Reken 15 minuten voor rood tot medium, 5 minuten extra voor medium, en 25 à 30 minuten voor een gaar resultaat.

Maak in de tussentijd de uien.
Snij de uien in dunne ringen en doe ze in de pan met het braadvet van de borsten. Voeg zo nodig nog wat olie of boter toe. Doe de knoflook en de jeneverbessen erbij en laat op laag vuur langzaam garen met de deksel op de pan. Ze mogen niet bruin worden. Haal na een kwartiertje de deksel eraf en voeg de azijn toe. Laat dit op hoog vuur verdampen. Doe er dan een royale scheut wijn bij en laat dit inkoken totdat alle wijn in de uien is getrokken. Breng op smaak met peper en zout. 

Snij de peren aan twee kanten in de lengte door zodat je een mooie plak peer krijgt met het steeltje er nog aan. Bestrijk ze met wat citroensap en pocheer twee minuten in wat water met citroensap. Dep ze droog en bak ze dan in wat olie en boter goudbruin. 

Gebruik de afgesneden zijden van de peer om de saus te maken. Bak ze eerst in wat boter zacht en voeg er dan een royale scheut wijn en demi-glacepoeder aan toe. Prak de peerstukken met een vork fijn en zeef de saus. Laat hem zonodig inkoken en monteer hem met wat ijskoude stukjes boter.

Schep wat uien op het bord en leg daarop de eendenborst. Leg de peer ernaast en garneer hem met wat gewelde pruimen. Serveer met de saus. 

zaterdag 12 maart 2011

Kippenragout met Luxemburgse bladerdeegbakjes

Waarom bakken de bakkers in Nederland toch geen pasteibakjes? Ze gebruiken toch ook bladerdeeg? Volgens mij is het een traditie die al uit de middeleeuwen stamt en hier te lande kapot gemaakt is door die voorverpakte minuscule pasteibakjes die in de supermarkt verkrijgbaar zijn. Ze zijn ook nog minstens vijfhonderd jaar goed te houden. Dat kan toch niet goed zijn? Dat is toch niet lekker? 
Toen we in Echternach waren zag ik bij een bakker bladerdeegbakjes staan en heb er twee mee genomen. Even voor de goed orde, wij zijn niet de personen op de foto, het was carnavalstijd.
Ik heb er een kippenragout voor gemaakt. 
Ik gebruikte voor twee personen:
  • 2 kippenpoten met dij
  • Boter
  • Bloem
  • melk
  • Koksroom
  • Bouillonblokje
  • Demi-glacepoeder
  • Mosterd
  • Peper, zout en nootmuskaat
  • Fijngehakte peterselie

Snij de poten van het dijstuk en leg de stukken kip in een stoompan. Laat ze rustig een uurtje stomen en neem ze dan uit de pan. Je kunt nu heel makkelijk het vlees van de botten nemen met behulp van twee vorken. Verdeel het vlees in wat onregelmatig grove stukken en houd apart.
Neem een ruime pan en laat daar twee eetlepels boter in smelten. Als de boter gesmolten is voeg je er twee eetlepels bloem aan toe. De bedoeling is dat je gelijke delen boter bloem hebt, dit heet een roux. Laat de roux nog een minuutje of wat zachtjes doorkoken, en voeg dan een flinke scheut melk er aan toe. Roer dit met behulp van een spatel tot een dikke pasta. Voeg nu meer melk er aan toe totdat je een dikke ragout krijgt. Meng het nu met een ballongarde door elkaar. Breng de ragout op smaak met het bouillonblokje dat je verkruimeld hebt, de demi-glace, mosterd en de peper, zout en nootmuskaat.
Doe de stukken kip erbij met de peterselie en giet er naar behoefte nog wat koksroom doorheen.
Zet de pasteibakjes een paar minuutjes in een voor verwarmde oven zodat ze weer knapperig worden.
Vul ze met de ragout en serveer direct.

vrijdag 11 maart 2011

Bretonse appeltaart van Holtkamp, goddelijk!


Wat ben ik een gelukkig mens met het boek De banketbakker. Dat ben ik trouwens ook met de bakvorm van Dille en Kamille. Ik heb hem nu al een aantal keren gebruikt en hij bevalt nog prima. Ik snij gewoon met het mes over de bodem en je ziet er niet eens wat van. Dat zou ik dus nooit en te nimmer doen met een vorm van achttien euro die ik bij Duikelman zag liggen. Samen vormen ze een ideale combinatie voor mij.

Deze taart maakte mijn hele weekeind goed. Echt, hij is zo lekker! Hij moet wat langer in de oven en daardoor heb je een korstje, zo knapperig en krokant, dat je je vingers erbij af likt. En de onderkant is ook heerlijk. Doordat er amandelspijs (ja, amandelspijs! Hiep-hiep-hieperdepiep!) in verwerkt is blijft ook de deegbodem knapperig. Bovendien geeft het zo iets smeuïgs aan de taart. En dan die vanille die je erin doet! Oh jubel! Ik heb goede stokjes gekocht uit Madagaskar, en alleen de lucht al als hij in de oven staat. Ik kreeg de neiging om allerlei mensen uit te nodigen en deze taart dan te gaan bakken. 
We hebben hem gegeten toen hij nog iets warm was. Mijn spijsverteringssysteem dankt god op zijn blote knieën dat niet alle taartjes zo lekker zijn. 
Hier wat foto’s van mijn bescheiden baksel:

Hier zie je de meester zelf aan het werk. Kijk en geniet, maak hem en geniet.

donderdag 10 maart 2011

Dinant, poëzie in zwart wit

Toen we in de auto op weg naar Dinant zaten, probeerde de zon voorzichtig door de nevel heen te breken. Alle kleurschakeringen losten op in grijs, alleen de omgeploegde akkers kleurden nog in een mat en herfstig bruin. Vreemd genoeg bracht het een vage herinnering bij me naar boven uit een heel ver verleden. Het was het gevoel van een warme zomerdag die aanbrak in Rotterdam toen ik zes of zeven jaar oud was. Een beeld van eindeloos lange straten waarvan ik de naam allang vergeten had. Het was een vluchtig en heel oud gevoel. 
  Misschien was het wel een voorbode van wat komen ging. 
  We zijn wel vaker in Wallonië geweest, maar niet zo vaak als in Vlaanderen moet ik eerlijk toegeven. Misschien komt dat wel door de sfeer die zich steeds aan me opdringt in het Franstalige deel van België. Het is een sfeer van vreugdeloosheid, van lege vuile straten en misschien wel van onontkoombare armoede. Natuurlijk, ik weet dat daar ook mensen leven die verliefd zijn en gelukkig oud worden, maar ze vallen me alleen nooit op.
  Hoe het dan zo gekomen is dat we naar Dinant gingen weet ik niet. Misschien wel een beetje door de enthousiaste verhalen die nagalmden in mijn hoofd van mensen die in de jaren vijftig net over de grens op vakantie gingen. ‘Het is zo mooi daar, en je kunt er zo lekker eten! Je zult het daar zeker naar je zin hebben…’
  We werden vriendelijk ontvangen in ons hotel waar men direct op het Nederlands overging toen ze hoorden dat wij onderling Nederlands spraken. Onze kamer keek uit op de grijze Maas, met aan de overkant een beboste heuvelrug waar de trein onderlangs reed. Het deed me denken aan de Moezel in Duitsland, ooit ook zo’n drukbezocht toeristisch gebied maar waar nu bijna alleen nog maar oude mensen komen die op zoek zijn naar een lang gekoesterde herinnering. 
  Toen voltrok zich voor de zoveelste maal in mijn leven het wonder weer. We wandelden het stadje in en ik gaf me over aan het onbekende. Ik zag de oude huizen met hun verweerde stenen, de lege winkels en een enkele voetganger die ons gehaast passeerde. Ik hoorde hoe het geluid van auto’s wegstierf die over het opgelapte asfalt reden. De indrukken regen zich aaneen en vormden zich tot een gevoel, een beeld dat voortaan de naam van die stad zou dragen. 
  Op de hoek van de staat zag ik een boekwinkel. Er was een klein plankje met kookboeken waar ik voor bleef staan. Ik bladerde door een mooi uitgevoerd boek  dat over eten in België ging. Geïnspireerd door de foto’s en mooie streekgerechten besloten we om goed te gaan eten die avond. 
  Maar eerst zouden we naar de abdij van Leffe wandelen. Misschien dat we daar door een dikke monnik vriendelijk ontvangen zouden worden met een fris biertje. Met dit vooruitzicht trotseerde ik een koude tegenwind. Bier is ook leuk, dacht ik stevig door stappende. Natuurlijk, er is veel Pilsener dat fabrieksmatig en inspiratieloos geproduceerd wordt, maar dat is hetzelfde als de bulkwijn die me niet kan boeien. Goed gebrouwen bier en goed gemaakte wijn zijn werelden om te ontdekken.
  Maar de abdij was dicht. Het gebouw lag in een verlaten straat en oogde als een gesloten sarcofaag waar je alleen maar peinzend omheen kunt lopen. 
  We liepen terug langs de Maas en dronken thee tegenover een modern restaurant ‘Le Trois’ geheten. Ik had al even op de kaart gekeken die aan het raam hing, en bedacht dat dit restaurant wel eens het doel van onze reis kon zijn. 
  Toen ik in het Frans mijn thee en een donkerbruine mousse au chocola bestelde hoorde ik een ouder echtpaar bewonderend uitroepen: ’Oh, vous parlez trés bien le Français!’ Ik lachte maar wat en probeerde mijn bescheiden gezicht op te zetten. 
‘Nee nee, ik wil graag die donkere alstublieft’ zei ik omdat ik zag dat de jonge vrouw achter de toonbank het verkeerde bakje oppakte. 
‘Maar dit is chocolademousse meneer, die andere is Tiramisu…’ zei ze in het Frans. Ze had eerst nog een poging gedaan om in het Nederlands te antwoorden, maar ze was niet verder gekomen dan een hap lucht die haar strottenhoofd kortstondig onder druk zette. 
‘Oh, die mevrouw spreekt géén goed Nederlands, geen goed Nederlands’, sprak het echtpaar weer eensgezind terwijl ze me spijtig aankeken. 
  Ik nam de Tiramisu. 
  ‘Weet u misschien of het restaurant aan de overkant een goede keuken heeft?’ vroeg ik aan de man die een uitbundig geruite pet droeg.
‘Ja zeker’ zei hij met een zwaar Frans accent, ‘maar het is dicht ziet u.’ Ik keek beteuterd naar de overkant en zag nu pas het A4-tje dat op de deur was geplakt.
‘Weet u misschien een ander goed restaurant?’
‘Ah ja’, zei hij terwijl hij me mee naar buiten troonde, ‘daar aan de overkant, ziet u, naast dat grote gebouw, daar is Le jardin de Fiorine. Zéér goed, maar wel duur.’ Hij zocht naar zijn woorden maar bleef consequent Nederlands tegen me praten, ondanks mijn Franse voorzetjes om hem op weg te helpen. Waar is de taalstrijd gebleven?, dacht ik na afloop, iedereen probeert Nederlands te spreken zodra ze horen dat wij Nederlands zijn. Zou het iets met de politieke crisis te maken hebben?
  Maar ook Le jardin de Fiorine bleek gesloten. En zo betraden we ‘s avonds na een wandeling door een donker en verlaten Dinant, Café des arts. Geheel in stijl besloten we tot het toeristenmenu. Vooraf kreeg ik mijn fondue au fromages,- twee kaaskroketten met wat kiemspruitjes en geraspte kaas op mijn bord. Het werd begeleid door een mandje bruin brood wat er smakelijk uitzag maar wat al te lang had gestaan, het was stug geworden. Daarna kwam mijn roti de porc in mosterdsaus. Een stevige mosterdsaus mag ik wel zeggen. Gelukkig was het vlees dun gesneden… De kok was dit keer volledig los gegaan met zijn kiemspruitjes, en had er bij wijze van salade een dikke bal van gevormd. 
Toen kwam het nagerecht, een chocolademousse met een forse dot slagroom in een hoge coupe. Er stak ook nog een wafeltje in. Ik heb hem op gegeten, omdat ik zo van chocola hou, maar ik voelde hoe mijn hart na afloop in mijn lijf bonsde. 
  De tafel werd af geruimd en ik keek naar buiten. Er liep niemand meer over de Place reine Astrid, alleen kwam er zo nu en dan een auto voorbij die om de hoek verdween. Aan de overkant keek ik in een donkere straat waar boven wat vergeten feestverlichting in de wind schommelde. 
Wat is nu de essentie van Dinant?, vroeg ik mezelf af. Ik had wat mensen gesproken, door de straten gelopen, aan de Maas gestaan, en schuilde nu samen met drie bouwvakkers en een corpulente vrouw alleen, in een hel verlichte taverne, luisterend naar de radio. 
Ineens drong het tot me door. Ik moest de beelden die in me op kwamen in zwart-wit zien, als op die foto’s uit de jaren zestig. Toen kwam de poëzie van Dinant voor me tot leven.


woensdag 9 maart 2011

Kabeljauw uit de oven met een korst van walnoten en peterselie


Dit is een  heerlijk recept van Gary Rhodes en komt uit zijn boek Smaken van de seizoenen, herfst en winter. We hadden zin in vis en zijn naar de haven gewandeld om daar kibbeling te eten en kabeljauw te kopen. Het was een grijze dag en er lag nog geen schip aangemeerd. Maar als je zo je vers gebakken kibbeling eet en je kijkt over de lege haven het zeegat uit, dan kun je vrede met de hele wereld voelen. 
Je hebt nodig:
  • Een moot kabeljauw
  • 3 sneetjes witbrood
  • 50 gram peterselie
  • Zout en peper
  • 5 à 6 walnoten
  • Olie (ik gebruikte knoflook )
  • Gesmolten boter  

Doe het brood zonder korst in de keukenmachine en hak het tot kruim met de messen. Hak dan ook de peterselie grof zodat het er mooi groen gaat uitzien. Hak dan met de hand de walnoten fijn met een mes en voeg dat bij het broodmengsel. Breng op smaak met peper en zout. Maak het mengsel wat plakkerig door er wat olie en gesmolten boter door te werken. Het moet geen natte kluit worden maar mag wel wat vochtig zijn. Bestrooi de vis met peper en zout en leg er een mooie laag van het broodmengsel op. Verwarm de oven voor op 220 graden en plaats de vis er gedurende 7 minuten in. Daarna heb ik nog een kleine 2 minuten de grill aan gezet zodat ik een mooi bruin korstje kreeg.

Nog een leuke tip misschien. Als ik weer eens broodkruin nodig heb dan maak ik gelijk een hele berg met de keukenmachine. Wat ik niet gebruik vries ik in. Het is makkelijk portioneerbaar en blijft natuurlijk net zo goed als gewoon brood in de diepvries.
Related Posts with Thumbnails