woensdag 9 juli 2008

Sambal goreng telor


Een ei is misschien wel het meest veelzijdige ingrediënt in de keuken. Je kunt het koken, pocheren, bakken, maar ook verwerken tot een roerei of een omelet. Behalve dat is het een ingrediënt met tal van toepassingen. Met eieren kun je soep en sauzen binden, vloeistoffen en ovengerechten laten opstijven, allerlei gerechten lichter en luchtiger maken en boter en olie in wonderbaarlijke emulsies veranderen. Dan heb ik het nog niet eens gehad over zijn uiterlijk. Of je nu klassiek of hyper modern bent ingericht, door zijn bijna abstracte vorm past het ei perfect in ieder keukeninterieur!
Vandaag laat ik zien hoe ik een ei op zijn Indonesisch klaar maak. Als je wel eens gaat rijsttafelen dan weet je dat een ei, telor op zijn Indonesisch, een vast bestanddeel is van zo’n maaltijd. Jammer genoeg denk ik wel eens dat de kokkie wat moedeloos ‘nog een eitje erbij…’ gedacht heeft en dan een bleek eitje in een zielloos sausje erbij zet. Een gemiste kans want het kan zo heerlijk zijn. Het is maar één eitje op een hele maaltijd, soms zelfs maar een halve!, en dat maakt dat je met extra aandacht die paar hapjes savoureert. Het moet dus goed zijn.
Ik heb twee recepten van telor die ik heel erg lekker vind. Vandaag geef ik mijn eerste recept en als jullie nummer twee achter de kiezen hebben mogen jullie zeggen welke het lekkerst is. Ik weet het niet.

Ingrediënten

4 eieren 1 ui 1 teentje knoflook ½ theelepel laos of gemberpoeder 2 theelepels sambal badjak 1 eetlepel olie 1 eetlepel azijn 3 eetlepels ketjap manis (ABC)2 theelepels bruine basterdsuiker

Bereidingswijze

Kook de eieren in 10 minuten hard. Pel ze en bak ze bruin in wat olie.
Maak de ui en de knoflook schoon en snijd ze klein. Maal dit in de kleine mengbeker met de laos en de sambal, en als het nodig is wat olie, tot een pasta. Verwarm de olie en fruit hierin de pasta enkele minuten zacht. Voeg 4 eetlepels water toe met de azijn, de ketjap en de basterdsuiker. Laat dit enkele minuten zachtjes koken. Presenteer de eieren in de saus.

dinsdag 8 juli 2008

Zoete tempé goreng















Waarom ben ik toch zo verzot op tempé? Al jaren eet ik het overal, bij vrienden thuis, in restaurantjes, bij mezelf… Het verveelt me nooit. Gelukkig maar, ‘a thing of taste is a joy forever’.
En er zijn heel wat verschillende manieren om tempé te bereiden. Het heeft van zichzelf een neutrale smaak, maar doordat het andere smaken goed opneemt is het uitermate geschikt als ingrediënt voor verschillende gerechten. Nou vind ik het een gezond uitgangspunt bij koken dat de eigen smaak van een product centraal moet staan. Bloemkool moet naar bloemkool smaken. Houd je niet van bloemkool dan eet je lekker wat anders, maar ga in hemelsnaam niet proberen om bloemkool zo te bereiden dat het onherkenbaar wordt. Bloemkool met een fijne vissmaak, met de onovertroffen odeur van knoflook, het gaat er bij mij niet in. Sterker nog, het komt bij ons niet op tafel.
Maar... tempé is anders! Dat mengt zich net zo makkelijk als Connie Breukhoven op een societyparty. Toch heb ik een voorkeur ontwikkeld. De zoete variant vind ik het lekkerst en dat recept wil ik vandaag met jullie delen. Ook al zit er een pepertje in, het is echt niet heet.
Nog wat laatste opmerkingen. Ik gebruik bij voorkeur ketjap van het merk ABC. Die is lekker stroperig en goed van smaak. Op de foto kun de fles zien staan als je dit merk ook eens wilt uitproberen.
Verder moet je oppassen als je de rode peper schoon maakt. Als je vingers in aanraking komen met het vocht van de peper en je wrijft per ongeluk in je ogen, ook al heb je je handen nog zo goed gewassen, ze worden zo rood als de peper zelf en je zit de eerste tien minuten in een hoekje van de keuken te grienen. Een schrale troost, daarna doe je het nóóit meer.
Als je goed naar de foto kijkt zie je een pan vol met tempé. Dat zit hem niet in de manier van snijden of iets dergelijks maar in het feit dat ik een heel blok tempé heb gebruikt. (Ik zei toch dat ik een liefhebber was?)

Ingrediënten

½ tempe
olie
2 middelgrote uien
3 tenen knoflook
1 rode peper, kleingesneden en zonder zaadjes
1 theelepel trassi
1 theelepel laos
4 daun salam
1 schijf goela djawa van 50 gram
2 eetlepels kecap manis (ABC)
1 eetlepel tamarinde

Bereidingswijze
De tempé in dunne reepjes snijden en bruin bakken in wat olie. Uit de pan halen en dan de klein gesneden ui, lombok en knoflook in olie fruiten samen met de loas, daun salam en de trassi. Goela djawa (met iets water van te voren in een pannetje verwarmen zodat de suiker kan oplossen), ketjap en tamarinde toevoegen. Tempe in de pan doen en voorzichtig door de saus omscheppen en alles langzaam laten inkoken tot de juiste dikte.

zondag 6 juli 2008

Ramequin met gekarameliseerde banaan en crème patisserie met een krokant laagje

Een toetje moet mooi zijn en verleidelijk. Want als je al gevoed bent en er komt nog aan het einde van de maaltijd een klein ‘baksteentje’ op je bord dan moet dat er wel heel aanlokkelijk en intrigerend uit zien. Dit nagerechtje heeft zo iets over zich. Een potje, waarvan de inhoud zich onder een dun laagje goudgele karamel verstopt heeft. Dat laagje moet je eerst met een lepel opentikken en dan kun je je nieuwsgierigheid bevredigen door een hap te nemen. De karamel smelt in de mond en wordt omgeven door vanille en banaan. Zacht en krokant, een onovertroffen combinatie. Dit is een heerlijk zoete verwennerij.
Nou heb ik iemand aan tafel die niet zo gecharmeerd is van alcohol (hetgeen ik in ruime mate overigens weer goedmaak) dus de gedachte om een lepeltje bruine rum door de crème te mengen heb ik op tijd weten te onderdrukken. Maar, jij zou natuurlijk best…

Ingrediënten
1,5 dl slagroom
1,5 dl melk
½ vanillestokje
3 eierdooiers
50 gram suiker
1 eetlepel Maizena

1 banaan
Klont boter
Schep suiker

Bereiding

Doe de melk en de slagroom samen met het opengesneden vanillestokje in een pan en laat dat langzaam een kwartiertje trekken. Intussen klop je de eierdooiers met de suiker en de Maïzena tot die licht van kleur is. Haal de vanillepeul uit de pan en schraap de zwarte pitjes er met een mes uit en doe die terug in de melk. Nu voeg je, goed kloppende, beetje bij beetje de melk bij de geklopte dooiers. Als dit goed gemengd is gaat het mengsel terug in de pan en laat je het al roerende zachtjes aan de kook komen. De crème is klaar.
Doe in een andere pan de boter en de suiker en voeg vervolgens de banaan toe die je in plakjes van ongeveer 1 centimeter hebt gesneden. Bak ze in twee minuten op hoog vuur goudgeel. Schep op een bord.
Neem een bakje en schep een lepel vol van de crème erin en vervolgens wat plakjes banaan. Maak zo het bakje vol maar houd enkele bananenplakjes over die je later voor de garnering gebruikt.
Bestrooi tenslotte het bakje met wat suiker en zet onder de grill, of gebruik zoals ik een gasbrander, totdat je een mooi en knapperig laagje karamel hebt.
Leg er een of twee plakjes banaan op en serveer direct. Als het karamellaagje niet hard wordt
kun je de ramequins nog een half uurtje in de koeling zetten.

zaterdag 5 juli 2008

Zelf een rijsttafel maken


Of zullen we een nasi rames maken? Het maakt eigenlijk geen verschil. Je zult in ieder geval alle gerechten moeten maken. Als je ze los op tafel zet en iedereen schept op zijn bord wat hij lekker vindt dan maak je een rijsttafel, en wanneer je een bord rijst met dezelfde gerechtjes presenteert dan spreek je van een nasi rames!
Over rijst gesproken, wij eten er altijd Surinaamse rijst bij. Die wordt bereidt in de rijststomer en dat levert een smakelijke, wat plakkerige rijst op. Veel lekkerder dan de snelkookrijst die absoluut niet plakt. Ik geloof niet dat ik ooit bij een liefhebber gegeten heb (of in een restaurant) waar ik rijst van Uncle Ben, om er maar één te noemen, gegeten heb.

Zoals ik al eerder schreef ga ik de komende tijd wat Indonesische gerechten maken en aan jullie laten zien. Stap voor stap met foto’s erbij zodat er geen enkel geheim meer overblijft. Het is niet de bedoeling dat jullie het wiel ook nog eens moeten uitvinden. Op de eerste foto zet ik alle ingrediënten bij elkaar die je in de ingrediëntenlijst kunt terug vinden. Met de volgende foto’s wil ik stapsgewijs laten zien hoe de bereiding verloopt. Is er iets niet duidelijk over het een of ander dan kun je mij natuurlijk altijd even vragen hoe het zit.
Wat kunnen jullie zo’n beetje verwachten? Ik wil rendang (een pittig rundvleesgerecht met kokos bereid) hier laten zien, daging smoor (rundvlees met ketjap), oblok oblok (een groentegerecht in een milde saus), telor goreng (gerecht met gekookt ei) in twee heerlijke varianten, tempé goreng (met favoriet!), maar ook een lekker drankje zoals kelapa moeda (een koude kokosdrank op smaak gebracht met rozensiroop). Indonesische koekjes horen niet bij een rijsttafel maar zijn zalig zoete snoeperijtjes waar ik ook een aantal van zal geven. Genoeg bij elkaar voor een aardig Indonesisch hoekje. En natuurlijk horen gado gado, saté en hete kip daar ook nog bij. Er is nog veel meer heerlijks te bedenken uit de Indonesische keuken. Komt hier allemaal te staan in de loop van de tijd.
Echt waar ;-)

woensdag 2 juli 2008

Kwee mangkok




Voor het eerst dit jaar zag ik ‘tropische temperaturen’ staan bij de weersverwachting. Bij ‘tropisch’ denk ik gelijk aan heet, kleurig en lekker! Bij dat laatste denk ik dan in eerste instantie weer aan Indonesisch eten. Al decennia eten we graag in allerlei ‘Indische tentjes’ of nemen wat bakjes vlees en groenten mee om thuis op te warmen. Ik ben er verzot op. Net zoals ik sushi waardeer om de verschillende smaken en hun prachtig uiterlijk (het zijn toch kleinoodjes!) zo waardeer ik de Indonesische keuken om zijn rijkdom aan smaken. We hebben altijd wel een favoriet restaurantje maar het lijkt wel of onze favorieten nooit een lang leven beschoren zijn. Vroeg of laat staan we aangeslagen voor de pui omdat de boel opgedoekt is. Treurnis alom. Wat nu? Zelf maken natuurlijk en weer veel nieuwe tentjes uitproberen.


Ik wil de komende tijd op mijn blog ook een hoekje recepten maken voor de mensen die net als wij zo van Indonesisch eten houden. Het zijn een beetje mijn eigen recepten geworden omdat ik ze in de loop der tijd vaak aangepast heb. Als je de moeite neemt om de goede ingrediënten te kopen en eens lekker een poos in de keuken te staan dan zul je heerlijk eten!
Althans, dat vinden wij ;-)


Ik open de rij met Kwee mangkok, een Indonesisch koekje. Vergis je nou niet, ze noemen in onze ogen de gekste dingen koekjes. Een koekje kan een cakeje zijn of een gevuld pannenkoekje; het zou ook zo maar uit de frituur kunnen komen. De cakejes die ik vandaag gemaakt heb worden gestoomd. Als cakeje zijn ze bekend voor de Europeaan maar ze hebben toch een eigen smaak door de Goela Djawa. Goela Djawa is een tropische palmsuiker die je kunt kopen in de toko. Als je geluk hebt kun je kiezen uit de harde variant met palmblad erom heen die in schijfjes verpakt is, en de vloeibare variant uit een flesje. Ik gebruik de laatste tijd het flesje omdat dat het gemakkelijk is (je hoeft niets op te lossen en je houdt geen harde stukjes suiker over op het laatst) en omdat het net zo goed smaakt.

Ingrediënten

70 gram zelfrijzend bakmeel
1 zakje vanillesuiker
Zout
50 gram Goela Djawa
5 cc water
20 gram kokos

Bereiding

Doe alle droge ingrediënten in een kom en voeg dan de Goela Djawa en het water toe. Roer totdat een dik beslag ontstaat dat traag van de lepel afvalt.
Beboter twee ramequins en vul die met het beslag. Je moet ze niet helemaal vol doen want de cakejes gaan nog rijzen.
Dan gaan ze in de stoompan waar ze in 15 minuten gaar worden. Controleer eventueel nog met een satéprikker maar na een kwartier zijn ze bij mij precies goed.
Lekker voor bij de thee of als tussendoortje.


Related Posts with Thumbnails