donderdag 31 maart 2011

Een (Mars-achtig) chocolade dessert met passievrucht

Vind je een Mars lekker? Grote kans dat je dit dessert dan ook lekker vindt, het lijkt er wel op. Een dun chocoladelaagje aan de buitenkant en binnen een karamelachtige substantie die vol en romig van smaak is. Ik heb hem geparfumeerd met passiefruit en dat was goed te proeven. Ik had 3 stuks meegenomen van de Avenue de Saint-Ouen in Parijs. Ik dacht daar red ik het wel mee, maar nee. Vijfentwintig gram sap kwam er uit mijn zeef en geen druppel meer. Ik had nog graag wat extra gehad voor een coulis op mijn bord, maar die heb ik met wat frambozen gemaakt die ik nog had staan. Lekker op zich, maar het overstemde de delicate smaak van de passievrucht. 
Voor zeven kleine vormpjes heb ik gebruikt:
  • 80 gram suiker
  • 12 gram glucose
  • 55 gram crème fraîche
  • 25 gram passievruchtensap
  • 60 gram witte chocolade
  • 12 gram boter
Laat de suiker met de glucose in een pan met een dikke bodem bruin worden. Voeg er dan de crème fraîche bij en breng aan de kook. Doe er het sap van de passievruchten bij en laat alles goed oplossen zodat je een mooi lopende vloeistof krijgt. Ik heb er nog een heel klein beetje water bij gedaan zodat de suiker goed oploste.  
Voeg er dan, van het vuur af, de gehakte chocolade bij en de boter.

 Roer dit goed door elkaar en verdeel het over een siliconenvorm. Deze heb ik koud weg gezet en daarna nog een uurtje in de diepvries gedaan.

Het is nu een koud kunstje om de gestolde massa uit de vormpjes te halen. 

Zet ze op een rooster en bestrijk ze met wat (getempereerde) donkere chocolade.

Presenteer ze op een spiegel van passievruchtensap. Je kunt dit binden door bijvoorbeeld 12 cl sap even te laten koken met een koffielepel agar-agar (bindmiddel). Giet dit op een bord, laat opstijven en schik de chocoladehapjes hierop.

woensdag 30 maart 2011

Siliconenbakvormen

Je kent ze vast wel. Je ziet ze bijna in iedere kookwinkel. Ik heb er een aantal van het merk Pavoni. Ze zijn te gebruiken tussen -40 graden en +280 graden. Qua temperatuur is er dus niets meer te wensen. Eigenlijk geldt dat ook voor de vormen. Er zijn tientallen verschillende matjes te koop, van hele kleine vormpjes tot grote cakevormen. Welke moet je nu kopen? 
Ik heb o.a. een madeleinevorm waar ik heel blij mee ben en deze. De afmetingen van één bakvorm zijn 5 x 2,5 cm. Ik gebruik deze mat voor mijn financiers waar ik dol op ben en voor een recept wat ik je morgen laat zien,- een heerlijk chocoladedessert. 

dinsdag 29 maart 2011

Super Sjieke Slagroom Soesjes!

Heb je ze gezien?! Ik heb ze zondag gemaakt en was in de wolken. Zo’n soesje krijgt toch een vorstelijke allure? Hij wordt gekroond met een framboos en het opgespoten dotje slagroom wat daar onder uit komt, doet me denken aan het rijke stucwerk dat je in paleizen ziet. Maar behalve dat, hij smaakt zo lekker. Dat komt gewoon door het kleine beetje extra suiker waar hij mee geglazuurd is. Toen mijn glazuur op was had ik er nog vier over, maar die smaakten gewoon flauw toen we die als laatste op aten. 
Hoe ik op het idee kwam? In Parijs. We liepen in de Carrousel van het Louvre. Daar heb je ook de Virgin, met een ruime boekenafdeling. Ik ging er naar binnen met een missie. We hadden al bij Hédiard gegeten en ik had overal al zoveel mooie patisserie gezien, dat ik het boek van Ladurée wilde inkijken. Het is een mooi uitgegeven boek met prachtige foto’s en een dikke prijs, precies wat je van Ladurée mag verwachten. Ik heb het door gebladerd en weer netjes in zijn zijden papiertje gevouwen, en daarna in zijn cassette gelegd. Mooi, maar naast alles wat ik al heb aan boeken op dit gebied, kon het me toch niet overtuigen tot aankoop. Toen ik weer buiten kwam merkte ik dat ik een foto van deze soesjes op mijn netvlies had branden. 
De receptuur is niet moeilijk, het is puur presentatie, maar wat voor één! En, hij smaakt beslist veel en veel lekkerder dan een gewone slagroomsoes.
Kijk hier als je de video en het recept voor soesjes wilt zien.
Maak van wat poedersuiker en een paar druppels water een glazuur en kleur dat. Dat kun je natuurlijk met kleurstof doen, maar als je net als ik dat niet in huis hebt, neem je gewoon wat kersenjam. Een heel klein beetje doet al wonderen.
Maak de soesjes.
Vul ze als ze afgekoeld zijn door een klein gaatje met slagroom. Ik heb de spuitzak genomen met een klein gekarteld spuitmondje erop, zodat ik die later ook kon gebruiken voor het dotje slagroom dat er op zit.
Doop dan de soesjes in het glazuur, of strijk er met een lepeltjes wat overheen.
Spuit er een klein toefje slagroom op en werk af met een mooie framboos.
Presenteer ze met Händels Music for the royal fireworks op de achtergrond!



zondag 27 maart 2011

Een goede handmixer

‘Weet je wat je eens moet kopen?’ zei iemand eens tegen me met wie ik het over een KitchenAid mixer had. 
‘Deze mixer, die is veel beter dan die KitchenAid. Die KitchenAid is leuk voor grote hoeveelheden maar één eiwitje kloppen gaat er niet in.’
‘Heb ik al’ zei ik toen ze hem tevoorschijn haalde. 
Waarschijnlijk had ze haar keukenmachine niet goed afgesteld, maar het is een feit, voor een klein karweitje pak ik ook nog altijd mijn handmixer. 
Ik kocht hem bij Duikelman in Amsterdam en ik vond honderd euro best een hoge prijs voor een handmixer, maar ik heb er nooit spijt van gehad. 
Hij wordt geleverd met deeghaken, een ballongarde en de gewone mixhaken. Het snoer wordt aan de binnenzijde opgerold. Hij is in diverse kleuren leverbaar en uitgevoerd met een prettige coating die goed is schoon te maken. 
Ik was eerst bang dat het mechanisme waarmee het snoer wordt opgerold na een poosje niet meer zou functioneren. Ik heb hem al jaren en gelukkig is deze vrees niet uit gekomen. Deze mixer heeft voor mij eigenlijk geen enkel minpuntje. Hij heeft een krachtige motor die langzaam op toeren komt zodat de boel niet gelijk alle kanten op spat. In het gebruik is hij heel makkelijk doordat je hem stabiel neer kunt zetten en als je de ballongarde gebruikt klop je drie keer zo snel een eiwit dan wanneer je dat met de hand doet. Laatst had ik nog een ouderwetse mixer in handen bij iemand en toen merkte ik het verschil weer eens. Slagroom kloppen met de gewone gardes duurde minstens eens zo lang. De deeghaken gebruik ik eerlijk gezegd niet eens, maar ook met slechts de twee andere gardes ben ik heel blij met deze mixer. Hij kent vijf verschillende snelheden en wordt verkocht onder de naam Dualit.
Misschien als je eens een andere mixer nodig hebt dat je deze kunt overwegen aan te kopen. 
Hier is de Dualit-site met recepten, misschien grappig om even te kijken voor een ideetje.

zaterdag 26 maart 2011

Varkenssaté met een stevige satésaus


Dat hebben we gisteren laat op de avond gegeten. Het was op speciaal verzoek. Een dringend verzoek, mag ik wel zeggen. Twee jaar geleden heb ik eens zelf satésaus gemaakt, en sindsdien hoor ik regelmatig dat het weer eens tijd wordt…
Zo’n saus is natuurlijk lekker bij saté, maar je kunt hem ook serveren bij een gado-gado. Dat is een gerecht van groenten, gekookt ei, satésaus en wat kroepoek er over heen. Maar wat dacht je van een gebakken banaan om erbij te eten? Waarschijnlijk heb je zelf ook nog wel een paar ideetjes. 
Ik heb een varkenshaas gekocht en deze in stukjes gesneden en gemarineerd. Het was een vrij uitgebreide lijst van ingrediënten en die geef ik je graag, maarrrr… de smaak van de saus ging geheel en al over die van het vlees heen. Misschien is het geen gek idee om de volgende keer eens een boemboe uit de winkel te proberen die snel gemaakt is en niet veel kost. 
De Saus:
  • Een scheutje olie om te bakken
  • Een gesnipperde ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 theelepel trassi
  • Een potje pindakaas van 210 gram
  • Een lepel tamarinde (of citroensap)
  • 4 eetlepels ketjap manis
  • Sambal naar smaak ( ik nam denk ik wel 4 theelepels)
  • 1 eetlepel goela djawa (of gewone suiker)
  • Een stukje santen van een gram of 30
  • 1 theelepel djahe
  • 2 theelepels ketoembar
  • 2 theelepels djinten
  • 1 theelepel laos
  • 2 theelepels sereh
  • 3 eetlepels gembersiroop
  • Een flinke scheut water

Fruit de ui met de trassi in de olie en voeg er na een minuutje de knoflook aan toe. Laat ook deze nog even kort mee bakken en voeg dan de andere ingrediënten toe. Als laatste voeg je zoveel water toe totdat de saus jouw ideale dikte heeft gekregen. Werk alles met een garde door elkaar en laat alles nog een kwartier op een zacht vuurtje staan.
Hij is voedzaam en zeer rijk van smaak. Je kunt natuurlijk altijd naar eigen inzicht variëren totdat hij helemaal naar je eigen smaak is. Zo is de mijne ook tot stand gekomen, al proevende en denkende. Succes!

donderdag 24 maart 2011

Culi foto's uit Parijs


Mijn vader onder lunchtijd. Nee, een groter contrast kan ik me niet voorstellen. Dit is een foto van Willy Ronis die hij maakte van een Franse wijnboer in de jaren vijftig. Deze fotograaf is in het afgelopen jaar overleden. 
Ik kan er lang naar kijken. Hoe zou zijn lach geklonken hebben? Wat zou hij lekker hebben gevonden? Zou ik hem hebben kunnen verstaan? Zijn bestaan raakte nog net die van Guy de Maupassant. Ongemerkt komt al kijkende de sfeer van deze grote Franse schrijver bij me naar boven. 
Zou het meisje met de bloemen in het haar zijn dochter zijn geweest? 
Nee, mijn vader is het niet, maar als opa zou ik waarschijnlijk dolgelukkig met hem zijn geweest.







Geef een leuk dineetje voor wat vrienden en vraag of ze na afloop een Cognacje lusten. 
Waarschijnlijk zullen ze ervoor bedanken en zeggen dat ze genoeg hebben gehad.
Zeg dat je een lekkere fles in een bekend warenhuis hebt gekocht, 'je weet wel, Lafayette.'
'Nee, vriendelijk bedankt, we moeten nog rijden, een andere keer graag.'
Zeg dat de fles negenentwintig duizend euro heeft gekost en een inhoud heeft van 150 cl.
Je visite gaat lopend naar huis.








Vraag of ze volgende keer als ze komen eten trek hebben in een Romanée-Conti.
Waarschijnlijk weten ze een goede Bourgogne wel te waarderen. Grote kans dat ze na de Cognac nog wel wat vrienden en aanhang meenemen. 
Koop dus gelijk de iets grotere fles, éénendertig duizend euro.
Ik geef het toe, het is een hoop geld, maar je maakt wel vrienden voor het leven.
De mevrouw op de foto hierboven snapt het niet. Waarom staan de gebakjes op een bank en zit die kerel erachter? Maar dat komt omdat zij Parisienne is, zij is gewend aan dit soort patiserrie. We wandelden door het 17 arr. op weg naar het park Monceau. Op nr 72 rue Legendre vind je daar Acide. Het is een klein winkeltje met hele lekkere macarons en ander niet te versmaden lekkers. We kochten er twee stuks en aten die in het parkje er tegenover op. Hadden wij maar zo'n zaak hier en zo'n parkje er tegenover. 

woensdag 23 maart 2011

Ici Paris 3, thee bij Hédiard

  Waarom heb ik toch altijd het gevoel dat ik nodig naar de kapper moet als ik door een grote Franse stad loop? De kapster komt keurig elke vijf à zes weken langs en die afspraken staan al ver vooruit in mijn agenda. Ik kan dus niet zeggen dat ik te lang wacht en met een uitgegroeide bos haar over straat ga. Maar als ik zoals zaterdag, op een onverwacht moment in een etalageruit kijk en zie hoe mijn rafelig hoofd nietszeggend terugkijkt, dan overvalt dat mismoedige gevoel me weer. 
  Mijn hoofd zat nog vol met de drukte van de grote warenhuizen aan de Bvd Haussman die we net bezocht hadden. Ik scharrel graag wat beneden bij Lafayette Maison op de keukenafdeling en kijk boven altijd met bewondering naar de volumineus opgemaakte bedden die me in ernstige gewetensnood brengen. Ze zijn zo vol met zachte kussens, dikke dekbedden en warme spreien, dat ik, zeker na een dag winkelen, een aanloopje zou willen nemen en dan kraaiend van plezier als een polsstokspringer precies in het midden van het bed zou willen belanden.
‘Ga jij eens op de uitkijk staan…’
‘Nee,’ klinkt het dan streng.
‘Als ik nou even wacht tot niemand kijkt…’ probeer ik dan flemend.
‘Loop toch door! God, hier hoor ik niet bij.’
  Ik zucht en kijk nog één keer sip achterom,- ik heb gewoon het lef niet.
  We liepen over de rue Tronchet richting Madeleine met het voornemen om bij Fauchon iets te gaan eten. Maar het was er zoals altijd druk en luidruchtig. Ik probeerde langs ruggen en hoofden nog een glimp op te vangen van al het lekkers. Maar anders kan ik het niet zeggen, in volle bewondering dropen we af. 
  Buiten gekomen koerste ik vastberaden op Hédiard af, daar kun je altijd terecht. 
  We betraden de winkel en ik kon gelijk een overheerlijke marmelade proeven van sinaasappel. Werkelijk subliem, niet te zoet, rijk van smaak en met schilletjes die precies genoeg beet hadden. Jammer dat zo’n potje tien euro kostte want ik zit raar in elkaar. Voor een fles wijn vind ik dat bedrag niets bijzonders, maar voor een potje jam peins ik er niet over. We liepen over de wijnafdeling, langs de patisserie en bewonderden de pâtes de fruits. Toen waren we in de juiste gemoedstoestand gekomen en bestegen de trap waar we, ondanks mijn verfomfaaide hoofd, vriendelijk ontvangen en naar onze tafel begeleid werden. 
  Ik bestelde een Café Gourmand en keek eens om me heen. De zaak was half vol met ‘tweetjes’ en ‘viertjes’ zoals ze dat in de horeca zeggen als ze een tafel met twee of vier gasten bedoelen. Hier en daar zat iemand alleen aan een tafel. 
  Mijn oog viel op een oudere dame alleen die links van mij tegen de andere muur zat. Ze had haar donkerblond geverfde haar hoog naar achteren gekamd wat haar een koninklijk voorkomen gaf. Ze zat aan haar tafel met de onverzettelijkheid van een standbeeld en at. Langzaam en regelmatig bracht ze kleine hapjes naar haar mond met een vork die in haar mollige hand leek te verdwijnen. Zo nu en dan onderbrak ze haar eten door met getuite lippen een klein slokje uit haar glas te nemen.
  Ik kreeg mijn café Gourmand gepresenteerd. Het bestond uit een kopje gloeiend hete espresso, een kleine mille-feuille, een macaron en een mini tartelette au citron. Toen kwam er nog een karaf water op tafel en kon het feest beginnen. Ik rook aan mijn espresso maar zette het kopje weer terug. Eerst maar eens een snoeperijtje. Ik begon met mijn mille-feuille, de Franse Tompouce. Het bladerdeeg was bros in de mond en kwam heel wonderbaarlijk niet vet over. Het had daarentegen iets lichts en begeleidde een smaakvolle crème pâtissière die uiteraard gemaakt was van de beste vanille die er te krijgen is. Toen ik hem opgegeten had staarde ik nagenietend naar mijn bordje, nog twee stuks te gaan en een goede slok espresso.
  Plotseling hoorde ik haar hoesten. Het klonk als een gesmoord gekef. Ze had een zakdoekje aan haar mond gebracht en keek een beetje waterig. Plotseling drong het tot me door, ze deed me aan een pekinees denken. Ineens keek ik met een andere blik naar haar. Ze was net zo klein, gedrongen en hijgerig als zo’n dameshondje. Haar koninklijk kapsel veranderde voor me in het kapsel van een wedstrijdpoedel en haar bril kwam me voor als een dranghek. 
  Wat een kuchje al niet teweeg kan brengen, dacht ik bij mezelf. 
  Ik nam behoedzaam mijn tartelette au citron tussen mijn vingers en stopte hem in één hap in mijn mond. Het ragfijn bakje brak en verloor zich in een zalige citroencrème die prachtig in evenwicht was. Niet uitgesproken zoet en met een prachtig zuur dat de mond verfrist. Ik had er moeiteloos een aantal achter elkaar van kunnen opeten, maar dat zou de poëzie van het moment verbroken hebben. 
  Maar gefascineerd keek ik steels weer opzij. Ik zag hoe haar mimiek voortdurend veranderde. Ze nam een hapje en draaide dan haar hoofd met een verzaligde blik omhoog. Dan weer fronste ze haar wenkbrauwen in een soort van ongeloof. Soms vloog een soort van stompzinnigheid als een schaduw over haar gezicht. Misschien boert ze nu even van binnen, dacht ik bij mezelf. Opeens keek ze mijn richting uit. Mijn ogen vingen haar zalvende blik op, of had ik het me ingebeeld? Was haar blik alleen maar naar binnen gericht? Geschrokken keek ik naar de macaron die voor me lag en voelde ik hoe ik op mijn éénenvijftigste nog schuldbewust kon blozen. 
  Ik begon aan het violette kleinood die luxueus gevuld was met verse frambozen en een rijke crème. Waar hij nou precies naar smaakte kan ik niet meer vertellen. Je hebt van die momenten dat je analytisch vermogen volledig wordt uitgeschakeld door emotie, door directe confrontatie. Dit was zo’n moment. Een moment dat eeuwig mag duren maar dat zijn waarde vindt in zijn vluchtigheid. Ik voelde me uitgerust en verkwikt. Gelukkig in het besef dat zulke bijzondere momenten deel van mijn leven uitmaken.
  Mijn blik dwaalde opzij en ik keek recht in de ogen van de dame alleen die nu stil naar me zat te kijken. Met een zalvende blik keken we elkaar aan en knikten nauwelijks merkbaar. Ja, we begrepen elkaar ook zonder woorden,- we hadden goed gegeten samen.

dinsdag 22 maart 2011

Ici Paris 2, de hoeren van rue Faubourg Saint-Denis

We wilden die avond graag bij Julien eten maar kwamen wat te vroeg aan. Voordat het restaurant open ging moesten we nog tien minuten wachten. Daarom slenterden we nog maar wat in de rue Faubourg Saint-Denis en zochten onze weg door alle drukte.
  Ik hou van die straat. Het leeft daar zoals een straat in een wereldstad als Parijs maar kán leven. Een bonte mengeling mensen van allerlei rassen doet hier zijn inkopen en hangt wat voor de talloze barretjes en restaurantjes. Een lange rij auto’s wachtte achter een vuilniswagen en supersnelle scooters met donkere jongens erop reden flitsend overal tussendoor. Er hangt een ongrijpbare spanning in de lucht, het trilt er van redeloze drift.
  Toen we aankwamen begon het al wat te schemeren. De eerste dames hadden hun positie al ingenomen. Ik passeerde ze uiterlijk koelbloedig maar was nieuwsgierig hoe ze eruit zagen en wat voor uitstraling ze hadden. Rustig wachtend stonden ze in een portiek of tegen de gevel en maakten op onmiskenbare wijze reclame voor de zaak. Met kolossale ontblote dijen en onwaarschijnlijk hoog opgeduwde borsten prezen ze hun waar aan. Sommigen balanceren met doodsverachting op hoge hakken terwijl anderen een piepklein hondje aan een riempje bij zich hadden. Zonder uitzondering waren ze allemaal de vijftig al lang en breed gepasseerd, maar maskeerden dat met een fikse laag make-up.
  Ik kreeg een zwak voor de dames. Toen ik er vier gezien had wist ik wat voor vlees ik in de kuip had,- het type ouwe zeemanshoeren. Ik ben geen kenner, maar hier zat geen junk bij. Deze vrouwen hadden lang geleden voor de prostitutie gekozen en hadden daar helemaal vrede mee gemaakt. Ze hadden gelachen, gouden tijden beleefd en deden onbekommerd en op routine waar ze goed in waren. Ze waren spontaan, sociaal en hadden humor. Nu en dan maakten ze eens een praatje met elkaar en liepen dan maar weer eens een paar stappen door. Eén dikke mamma keek me in het voorbij gaan aan met een guitige blik van, ‘en jou neem ik er nog wel even tussendoor hoor jongen, we doen hier niet moeilijk.’
  Even later keek ik door een traliehek in één van die vele oude passages die Parijs kent. Halverwege zag ik het silhouet van een oude vrouw met een bezem. Ze liep krom en dweilde langzaam en geruisloos het vuil van de vloer. In de stilte van die passage leek het een ritueel dat al honderden jaren ongezien werd uitgevoerd. Alleen ik had het gezien, het gebeurde in een oogwenk. Ik stopte en liet het een moment op me inwerken. Zou ik teruggaan en een foto maken? Zonder verder na te denken pakte ik mijn telefoon en drukte af. Ik ving een stukje van de menselijke geschiedenis, anoniem en toch persoonlijk.
  Twee minuten verder liep ik zonder doel een hel verlichte bazaar binnen. Het TL-licht scheen over plastic teiltjes, keukenmesjes, goedkope lampen, nepzilveren schalen en allerlei andere zaken die ooit in een armoedig huis hun plek zouden vinden. Helemaal aan het eind stond een oude kartonnen doos op de vloer met wat deegsnijdertjes erin. Ik graaide naar de bodem en vond een gekarteld exemplaar. Precies wat ik al een tijdje wilde hebben. Ik klemde hem in mijn hand, sloot mijn ogen, voelde het koude hout tussen mijn vingers, luisterde naar de Arabische radio en de flarden getoeter en geroezemoes van de straat, ik dacht aan die oude vrouw die misschien op dat moment haar emmer leeg goot, en ik dacht aan de hoeren van de Faubourg die buiten wachtten. Ik rees overeind en ging betalen.
  Ik wil hem nooit meer kwijt.

maandag 21 maart 2011

Een goede keukenthermometer is onmisbaar

Als je chocolade wilt tempereren, als je geen frituurpan wilt hebben maar gewoon een pannetje met olie op het fornuis gebruikt, als je de kerntemperatuur van gebraden vlees of paté wilt weten, als je een suikerstroop maakt om door een eiwit te kloppen, als je wilt weten of je wijn wel op de goede temperatuur is! Er komt geen eind aan de toepassingen waar ik hem al niet voor gebruik.
Ik heb de mijne ooit eens in een keukenwinkel in Duitsland gekocht en er nooit spijt van gehad. Als je in de winkel gaat kijken worden er heel veel te koop aan geboden. Je kunt voor elk karweitje wel een aparte thermometer aanschaffen. Ik heb al genoeg losse spullen in mijn la, dus ik koos voor deze, een allesmeter. Hij is zo handig dat ik me erop betrap wel eens het puntje voor het fijnere werk in de pan of op het bord te gebruiken.
Hier vind je een leuke intersite waar hij getoond en omschreven wordt. 

zondag 20 maart 2011

Ici Paris!

Als je dit leest ben ik in Parijs. Hoezo Parijs? zul je je afvragen, sta je niet achter het fornuis dan? Neen, driewerf neen, er valt wat te vieren. Vandaag precies 25 jaar geleden werden de Suikerbietjes hoteldebotel verliefd en wel in Parijs. Ik ben de klap eerlijk gezegd nooit meer helemaal te boven gekomen en dus is er alle reden tot feest.
Misschien lees je dit wel in de ochtend. Grote kans dat we over straat lopen op zoek naar een lekker ontbijt. Dat doen we graag al wandelend in plaats van de buffetten die je in de hotels kunt krijgen. Alle bakkers zijn open op zondag en er is ook nog genoeg lekkers te krijgen op andere plekken.
Misschien lees je dit bericht wel rond lunchtijd. Dan wandelen we misschien wel langs de Seine, struinend langs de boekenstalletjes met een vaag verlangen naar een crêpe. Als ik in Parijs ben moet ik toch minimaal één crêpe eten. 
Rond theetijd gaan we zingend over de Champs Elysees. Maar, wel decent hoor, de Suikerbietjes doen dat soort dingen altijd heel beschaafd, welluidend en tweestemmig, dat spreekt.
Dan komt het Pavillon Le Notre in zicht waar we een kleinigheid gaan gebruiken met een kopje thee erbij, het is tenslotte theetijd en een mens moet toch wat in Parijs.
Ach, de rest laat ik graag aan je fantasie over. En wat je niet kunt fantaseren vertel ik morgen wel en laat ik je zien.
Een fijne zondag nog!
Theo

zaterdag 19 maart 2011

Een snelle maar lekkere pastasaus met saucijs, venkel en piement


De smaak was lekker van deze saus maar ook de structuur. Het vlees dat erin verwerkt zat was namelijk niet zo egaal als wanneer je gehakt gebruikt zou hebben. 
Wat er in zat?
  • 2 saucijzen
  • 2 uien
  • 2 tenen knoflook
  • ½ bosje peterselie
  • 1 theelepel venkelzaadjes
  • Scheutje olijfolie
  • Een glas rode wijn (één keer raden welke ;-))
  • 1 blik tomatenblokjes
  • Peper, zout en piementpoeder
  • Parmezaanse kaas voor erbij

Snij de ui in ringen en fruit deze in de olijfolie. Voeg hier na een paar minuten de knoflook en het vlees van de saucijzen dat je uit het velletje gehaald hebt bij. Bak weer een paar minuten en maak het vlees onregelmatig fijner met een vork of pollepel.
Giet de wijn in de pan en laat dit inkoken.
Doe er dan de tomatenblokjes bij en breng op smaak met de venkelzaadjes die je in de vijzel wat klein gemaakt hebt.
Laat dit zonder deksel een kwartier inkoken totdat de saus de gewenste dikte heeft bereikt. 
Voeg er dan de klein gesneden peterselie bij en breng op smaak met peper, zout en piementpoeder.
Hij was lekker, net even anders gekruid dan een doorsnee saus en met een eerlijke landelijke uitstraling door de saucijs.

vrijdag 18 maart 2011

Video: Groene balletjes die exploderen in je mond,- klepon












Ik heb ooit eens een verhaal gelezen hoe mensen vroeger in Indonesië in de trein klepon kochten om wat te snoepen te hebben. Degenen die niet wisten dat de groene balletjes gevuld waren met goela djawa kauwden er nietsvermoedend op en sproeiden, tot groot vermaak van de andere reizigers, een onbedoelde straal goela djawa uit hun mond. 

Ik heb ze vandaag opnieuw gemaakt en weer op mijn blog gezet. Ik heb het ook gefilmd zodat je het hele proces kunt volgen en bijvoorbeeld goed kunt zien hoe je de balletjes moet vullen.
De eerste keer dat ik ze maakte kreeg ik een goede tip van dharson waar ik haar heel dankbaar voor ben. Ik maak nu nog betere klepon. Ik volg haar recept hier maar maak het ietsje anders en daarom beschrijf ik de receptuur hier opnieuw.
Voor acht klepon gebruikte ik:
  • 100 ml water
  • 2 likjes pandanpasta
  • 1 pandanblad
  • 1 schijf goela djawa
  • 100 gram ketanmeel
  • Een flinke hand gedroogde kokos
Breng het water met het pandanblad aan de kook en laat het afkoelen.
Verwijder het blad en roer er twee likjes pandanpasta door heen.
Vermeng het met het ketanmeel en maak er gelijke balletjes van. Dat gaat het makkelijkst als je eerst een sliert van het deeg maakt, en het dan in gelijke delen snijdt. 
Hak de goela djawa met een mes en maak het daarna fijn in de keukenmachine.
Vul de balletjes met wat goela djawa en doe ze in een pan kokend water. Als ze boven komen drijven zijn ze gaar. Geef ze eventueel iets langer zodat je zeker weet dat de goela djawa goed gesmolten is.
Rol ze daarna door de kokos die je eerst een minuutje in heet water geweekt hebt en daarna met een zeef weer hebt uit geperst.
Ze zijn het lekkerst als je ze een beetje warm eet.
Slamat Makan!

donderdag 17 maart 2011

Domaine Saint Aix Prestige AOC 2004

Wijn is overal te koop. De supermarkten hebben het grootste marktaandeel en leveren wijnen die door veel mensen gewaardeerd worden. Gelukkig is er ook plaats voor gespecialiseerde wijnhandels die wijnen met een meer individueel karakter kunnen verkopen. Op het internet komen ook steeds meer verkoopsites voor, want internethandel is ‘booming business’. Waar koop je nu je wijn? Je wilt toch een goede wijn voor een schappelijke prijs?
Ik had geluk vorige week. Ik kwam bij Marjan binnen en zag vijf flessen wijn op tafel staan, en ik mocht er eentje uitkiezen! Wat was het geval? Zoon Ruben was in het kader van zijn studie, zijn eigen wijnhandel begonnen. Eén moment van contemplatie overviel me. Ik ken Ruben al vanaf zijn kindertijd en nu ‘zit hij in de wijn’… kleine kinderen worden groot.
Ik kreeg dus een soort van primeurwijn.
Ik koos voor de Domaine Saint Aix Prestige AOC 2004, omdat ik zin had in een volle stevige rode wijn. Ik had geen bui voor liflafwijntjes, maar wilde Wijn drinken. Die kreeg ik ook. In deze wijn zit een blend van Grenache, Cabernet Sauvignon en Syrah. De grenache geeft de wijn zijn kruidigheid, de Syrah geeft het kleine pepertje. En de Cabernet Sauvignon? Dat is de druif die zo veel gebruikt wordt in de Bordeaux. Hij geeft een volle smaak en donkere kleur. Hij doet het goed in warmere streken en kan goed rijpen. Waarschijnlijk is hij ook verantwoordelijk voor de meeste tannines in deze wijn, maar zeker ook voor het rode fruit zoals kers en zwarte bessen. 
Vanille is ook ruim te genieten in deze Prestige. Dat komt doordat hij 15 maanden op Frans eiken heeft gerijpt waarvan ⅓ nieuw hout is.
Kortom, het is een wijn vol met fruitaroma’s, mooi afgeronde tannines en een heerlijke afdronk. Ik zou hem drinken bij gerechten met een hoog smaakgehalte zoals wild of mooi rood vlees.
Maar eigenlijk ben ik stiekem ook wel een beetje benieuwd geworden naar hun Rosé. Die heeft een prijs gewonnen, en als ik Hammersma over deze wijn hoor praten dan krijg ik het gevoel dat ik wat misgelopen ben. Als ik Ruben hoor zeggen dat deze rosé voor drie à vier keer zijn prijs in Amsterdam geschonken wordt dan wordt ik hebberig. 
Het goede nieuws is dat we de wijnen gewoon kunnen kopen. Kijk eens op: la-bouteille.nl, of stuur Ruben anders een mailtje. Ik mocht het hier vermelden dus dat vindt hij helemaal niet erg,- rubendekievit@hotmail.com

woensdag 16 maart 2011

Tip van Theo: Parmezaanse kaas

Ik koop zo nu en dan een blokje omdat ik het eigenlijk altijd in huis wil hebben. Ik rasp het dan in zijn geheel op mijn keukenmachine. Het is lekker bij een tosti en natuurlijk bij alle Italiaanse gerechten. Vroeger maakte ik nogal eens koekjes van een restje, maar de laatste tijd doe ik het anders. Ik stop het in de diepvries, gewoon bij elkaar. Het gaat nooit samenklonten dus je pakt heel gemakkelijk wat je nodig hebt. Ideaal!

dinsdag 15 maart 2011

Theo’s gangmaker

Nou ja, eigenlijk is hij van Holtkamp maar ik heb hem gemaakt! 
Hij was weer goed. Het is niet een sensationeel taartje maar wel eentje die niet te moeilijk is en heerlijk smaakt. Je hebt hier namelijk een lekker buitenkantje van het fonceerdeeg dat gevuld is met een cakebeslag dat verrijkt is met amandelspijs. Je kunt er nog wat vruchten opleggen voor de smaak en voor het uiterlijk. 
Ik had nog fonceerdeeg in de diepvries liggen en omdat ik deze keer haast had, zeg maar ‘bloedspoed’, heb ik dat 20 seconden in de magnetron op 600 watt gelegd. Prima! Eén keer doorkneden en je kunt je met de vulling gaan bezighouden. 
Het fonceerdeeg vind je hier.
Voor een geribbelde vorm met losse bodem van 20 cm gebruikte ik:
  • Een stuk of wat gewelde pruimen
  • 66 gram zachte roomboter
  • 130 gram amandelspijs
  • 2 kleine eieren
  • 66 gram bloem
  • 4 gram bakpoeder
  • Snufje zout
Week om te beginnen de pruimen in hete thee of warm water. Bekleed de bodem van de vorm met het deeg.
Roer dan de boter met het amandelspijs romig. Ik heb dat in mijn keukenmachine gedaan, maar een handmixer werkt natuurlijk net zo goed.
Klop er dan één voor één de eieren door.
Zeef het meel, het bakpoeder en het zout boven de kom en klop tot een luchtig cakebeslag.
Giet het in de vorm en strijk glad met een paletmes. Verdeel de pruimen erover.
Bak hem 30 minuten in een op 180 graden voor verwarmde oven.
Tot slot heb ik twee eetlepels abrikozenjam in de magnetron opgewarmd en dat met een kwastje over de taart gestreken. 

maandag 14 maart 2011

De beste voorrraadbus die ik ken




En die komt bij Duikelman in Amsterdam vandaan. Ik heb heel wat bussen in mijn hand gehad maar ze konden toch niet aan deze tippen. Deze zuigt echt vacuüm. Je krijgt het deksel er niet vanaf of erop zonder dat je de knop indrukt. Heel indrukwekkend toen ik hem voor het eerst in de hand had. Ik moest gelijk aan de Maagdenburger halve bollen denken. Hier kun je op een filmpje zien aan welk principe ik dacht. Ze werken echt zo.
Ze zijn er in diverse maten en prijzen. Ik moet je wel waarschuwen, duurdere heb ik nog niet gezien, maar aangezien ze jaren meegaan is daar wel over heen te komen. Ik ben er zo enthousiast over dat ik je het toch even wil laten weten. 
Hier is de website van Tightvac.

zondag 13 maart 2011

Eendenborst met uien in rode wijn en peren


Ik geef het toe, dit is een ingewikkelde, maar je krijgt er dan wel iets lekkers voor terug! 
De inspiratie voor dit recept komt, alweer, uit Smaken van de seizoenen, herfst en winter van Gary Rhodes. Gary heeft in dit boek hele eenden gebruikt, en ik alleen de borsten. Bovendien heb ik de bereiding van de peren wat aangepast. Natuurlijk heb ik ook hier weer wat demi-glacepoeder in verwerkt. Je zou misschien denken dat alles op deze manier hetzelfde gaat smaken maar dat is gelukkig niet zo. Het poeder, mits met mate gebruikt, versterkt en ondersteunt de andere smaken. Verrijkt zo je wilt de smaak.
Het is een heerlijk winters gerecht met mooie rijpe tonen, kruidigheid en fruitigheid. Met een goed glas wijn erbij kun je alle ellende van de wereld een moment vergeten, omdat je authentiek eet, vanuit de allerbeste traditie. Denk aan de zacht gestoofde uien die wat pikant zijn gemaakt met het piment en de rode wijn. Het zachte en smaakvolle vlees van de eend die geserveerd wordt in een volle fruitige saus, en de begeleiding van de gebakken peren die je smaakpapillen afwisselend prikkelen. 
Voor twee personen:
  • 1 of 2 eendenborsten
  • Peper en zout
  • Olie en boter
  • 1 fles rode wijn
  • 2 peren (ik had Doynenné du Comice)
  • Kneepje citroensap
  • 1 eetlepel demi-glacepoeder
  • Een handje gewelde pruimen
  • 400 ons uien
  • Olie en boter
  • 1 teentje knoflook
  • 5 geplette jeneverbessen
  • 1 eetlepel rode wijnazijn
  • Wat rietsuiker naar smaak
Bestrooi de borsten met peper en zout. Laat de olie met de boter in een pan heet worden en bak de borsten eerst met de velkant naar beneden, mooi bruin. Ik ben gewend om het vel kruislings in te snijden zodat het vet goed los kan komen. In dit recept werd dat niet voor geschreven. Ik heb het dan ook niet gedaan en het resultaat was prima. Oordeel dus zelf of je voor het bakken het vlees insnijdt. 
Als ze ongeveer tien minuten in de pan gelegen hebben zet je ze in een op 200 graden voor verwarmde oven. Reken 15 minuten voor rood tot medium, 5 minuten extra voor medium, en 25 à 30 minuten voor een gaar resultaat.

Maak in de tussentijd de uien.
Snij de uien in dunne ringen en doe ze in de pan met het braadvet van de borsten. Voeg zo nodig nog wat olie of boter toe. Doe de knoflook en de jeneverbessen erbij en laat op laag vuur langzaam garen met de deksel op de pan. Ze mogen niet bruin worden. Haal na een kwartiertje de deksel eraf en voeg de azijn toe. Laat dit op hoog vuur verdampen. Doe er dan een royale scheut wijn bij en laat dit inkoken totdat alle wijn in de uien is getrokken. Breng op smaak met peper en zout. 

Snij de peren aan twee kanten in de lengte door zodat je een mooie plak peer krijgt met het steeltje er nog aan. Bestrijk ze met wat citroensap en pocheer twee minuten in wat water met citroensap. Dep ze droog en bak ze dan in wat olie en boter goudbruin. 

Gebruik de afgesneden zijden van de peer om de saus te maken. Bak ze eerst in wat boter zacht en voeg er dan een royale scheut wijn en demi-glacepoeder aan toe. Prak de peerstukken met een vork fijn en zeef de saus. Laat hem zonodig inkoken en monteer hem met wat ijskoude stukjes boter.

Schep wat uien op het bord en leg daarop de eendenborst. Leg de peer ernaast en garneer hem met wat gewelde pruimen. Serveer met de saus. 
Related Posts with Thumbnails